Er bestaat een rekensom die zegt dat je alles bij de groothandel moet halen. Eén telefoontje, één vrachtwagen, één palet aan de poort, gedaan. Goedkoper, sneller, geen gezever. Op papier is het een perfecte oplossing. Het soort oplossing dat bedacht lijkt door iemand die ooit verliefd werd op een Excel-bestand en sindsdien geen mens meer echt nodig heeft gehad.
En niet iedereen denkt daar anders over. Er lopen ondernemers rond die een palet bekijken zoals een sommelier een goede wijn bekijkt: ze lezen de prijs per eenheid, knikken goedkeurend, en worden even stil van ontroering. En eerlijk, op een slechte dag versta ik ze nog ook. Er is een bankrekening, en die heeft zo haar eigen mening over romantiek.
Maar dan is er Marijke van het Vaarthof. Onze lievelingsleverancier, of toch zoveel als we maar kunnen.
Wat wij nodig hebben en zij kan brengen, halen we bij haar. Niet uit principe op een bordje, maar omdat het klopt: een familiebedrijf, biologisch bezig, en alles van zo dichtbij dat je het veld nog bijna kunt aanwijzen.
Marijke komt met de bakfiets. Niet om er een punt mee te maken, niet om gezien te worden — gewoon, omdat dat is hoe Marijke zich verplaatst. Ze laadt op wat erop kan, ze trapt, en onderweg groet ze ongeveer half Schoten bij de voornaam. Het andere half kent ze waarschijnlijk ook, alleen weet ze daar toevallig de naam van de hond niet van.
Ze is van dat soort mens dat optimisme niet als mening heeft, maar als lichaamshouding. Sommige mensen dragen hoop in hun hart. Marijke vervoert het in een bakfiets.
En dan is er Patrick.
Patrick is de man van Marijke, en Patrick zegt niet veel. Patrick behoort tot een uitstervend soort mannen dat een probleem ziet en het vervolgens oplost, zonder eerst een WhatsApp-groep aan te maken om erover te communiceren. Tegen de tijd dat jij doorhebt dat er iets moest gebeuren, heeft Patrick het al gedaan, en staat hij erbij alsof hij toevallig passeerde. Alsof een kast zichzelf in elkaar zette en Patrick gewoon kwam kijken hoe dat afliep.
Marijke groet half Schoten; Patrick lost ondertussen de bakfiets. Samen zijn ze een compleet bedrijf en een halve gemeente.
Vorige week reed Marijke met haar volle bakfiets over het jaagpad langs de vaart. En daar kwam, zoals altijd, zoals een natuurwet waar niemand om gevraagd heeft, een peloton wielertoeristen aangescheurd. Je kent het type: strak in het lycra, de koers in de kop, een tempo alsof de Tour om de hoek vertrok en zij de enigen waren die het wisten. Elk van hen denkt heimelijk dat hij de nieuwe Tom Boonen had kunnen zijn, als het leven niet zo oneerlijk een job en een gezin in de weg had gelegd. De meeste mensen schuiven dan netjes aan de kant en houden hun adem in tot het voorbij is.
Marijke schoof niet aan de kant.
"Wijken!" riep de eerste, zonder vaart te minderen, alsof het woord op zich genoeg ruimte zou maken.
Marijke wijkte niet. Marijke hield er één staande. Midden op het jaagpad, bakfiets vol, en ze vroeg hem — heel vriendelijk, bijna bezorgd, alsof ze een verdwaald kind had gevonden: "Wat zijn we hier nu eigenlijk aan het doen?"
Ik weet niet of die man een antwoord had. Ik vermoed van niet. Ik denk dat hij gewoon weer is opgestapt en harder is beginnen trappen dan daarvoor — niet voor zijn conditie, maar om genoeg afstand te scheppen tussen zichzelf en die vraag.
Want dat is het lastige aan die vraag. Het is geen vraag, het is een losliggende stoeptegel in je hoofd. Eens je erop stapt, blijf je eraan haken.
En zo gaat het ook met die rekensom van ons. Op papier wint de groothandel. Altijd. De groothandel heeft cijfers, grafieken, efficiëntie. De groothandel heeft waarschijnlijk zelfs een presentatie klaarstaan over waarom hij gelijk heeft. Maar zo'n presentatie heeft mij nog nooit gevraagd hoe het met mijn kinderen ging.
Wat de rekensom namelijk niet meetelt: als wij bij Marijke halen, blijft Marijke rijden. En zolang Marijke rijdt, blijft er iemand die bij de boer langsgaat, die de bakker kent, die weet welk veld achter welke naam zit. Het is geen ketting van vrachtwagens, het is een ketting van mensen. Je koopt niet zomaar een doos. Je houdt een heel klein netwerk overeind dat anders stilletjes verdwijnt, palet per palet.
Dus halen we tegenwoordig zoveel mogelijk bij Marijke. Niet alles lukt — soms wint die som toch, we zijn geen heiligen. Maar wat we kunnen, halen we bij haar. Want er is een verschil tussen een palet dat een vreemde aan je poort kwakt en weer wegrijdt, en een mens dat je bestelling brengt, je in de ogen kijkt, en weet hoe je kinderen heten. Dat verschil staat in geen enkele tabel. Het rijdt rond op een bakfiets, en het groet je bij je naam.
En zolang er hier mensen op een bakfiets blijven rondrijden die durven vragen wat we eigenlijk aan het doen zijn — en mannen als Patrick die ondertussen gewoon doen wat gedaan moet worden — denk ik dat het nog wel goedkomt. ❤️