Hij stond in een beek met natte Crocs aan en hield iets in zijn handen.
"Papa, kijk."
Ik kwam dichterbij. Niet te snel, want hij had die houding van: één foute beweging en het ding rent weg. Of vliegt weg. Of draait zich om en kijkt verwijtend, zoals dingen dat doen die je per ongeluk hebt teleurgesteld.
"Een salamander."
Zwart, geel gevlekt, klein. Kleiner dan ik had verwacht voor iets dat zo lang in mijn hoofd bestond als een wezen-uit-de-jeugdliteratuur waarvan ik niet eens zeker was of het nog echt voorkwam. Zijn poten waren vier dingen die nauwelijks bij hem pasten — alsof iemand het lichaam getekend had en het onderwerp er pas later bij had aangemaakt, op een dag dat hij niet zoveel zin had.
"Mag ik hem houden?"
"Een uurtje. Daarna terug in zijn beek."
"Waarom?"
Ik dacht aan iets uitleggens. Iets wat klonk alsof ik het wist. Toen herinnerde ik me wat de natuurgids gisteren had verteld, koffie in de hand, mok met "Don't talk to me before 9AM" eraan.
"Salamanders leggen geen eieren. De moeder draagt ze. Negen maanden, zoals een mens. En dan baart ze ze levend, in een beekje."
"Negen maanden in een beekje?"
"Nee. In de moeder."
"Maar de moeder is in een beek."
"De moeder is in een bos."
Hij keek me aan met die blik die kinderen reserveren voor papa's die uitleg geven die de vraag niet beantwoordt.
"En dan komen ze eruit?"
"Ja."
"In water?"
"In water."
Hij hield de salamander dichterbij zijn gezicht en bestudeerde 'm alsof hij 'm advies aan het vragen was.
"Was dat in jouw buik?"
"Bij mij niet. Ik ben een papa."
"Bij mama dan?"
"Bij mama ook niet. Wij hadden een ziekenhuis."
"En geen beek."
"Geen beek."
Hij dacht daar even over na.
We zaten met onze voeten in dat beekje. Mei. Het water was kouder dan ik wou. De salamander op zijn hand, doodstil. Het soort stilte dat een kind alleen heeft als hij iets vasthoudt waarvan hij weet dat het niet van hem is.
Ine zou die avond vragen wat we hadden gedaan. Ik zou zeggen: niet veel.
Niet veel, maar ik zat naast iemand die voor het eerst doorhad dat er dingen zijn die buiten je buik beginnen, in een beek, in een bos, in een land waar hij zelf ook ooit niet was.
We hebben de salamander teruggezet. Ze keek niet om.
Hij wel.