Ik heb nog nooit een kind gezien dat vrijwillig door brandnetels loopt. Ik wel. Eén keer. Ik was op zoek naar een bal.
Het is een van de weinige momenten in mijn leven dat ik volledig begrijp waarom kinderen soms huilen om iets wat "eigenlijk niks is". Want het is iets. Het zijn duizend kleine naalden tegelijk, gevuld met iets wat aanvoelt als de persoonlijke wraak van de plant. Alsof ze wist dat ik eraan zat te komen en al even had gewacht.
We staan altijd even stil bij brandnetels op kamp. Niet omdat we ze bewonderen. Maar omdat er altijd iemand inloopt. Soms ik. Bijna altijd iemand in sandalen. En dan volgt het ritueel: blazen op de huid, een docblad zoeken, de overtuiging uitspreken dat dat echt helpt. Wetenschappelijk bewijs: nul. Psychologisch bewijs: onweerlegbaar.
Maar hier is het ding met brandnetels.
Ik heb geleerd — pas vrij recent, laten we zeggen na mijn veertigste — dat brandnetels meer ijzer bevatten dan spinazie. Dat ze vroeger werden gebruikt om stof van te maken. Dat je ze gewoon kunt eten als je de toppen kookt. Dat ze een van de oudste cultuurgewassen van Europa zijn.
Niemand vertelt je dat als kind. Ze zeggen: "Pas op voor brandnetels." Ze zeggen niet: "Dat is eigenlijk een van de meest veelzijdige planten op het continent." Ze zeggen: "Niet aanraken." En dus ga je er twintig jaar met een grote boog omheen.
Op kamp staat Lotte — acht jaar, altijd sandalen — voor een groot veld brandnetels en zegt: "Waarom staan die hier?"
"Omdat ze hier wonen," zeg ik.
"Maar waarom wonen ze hier?"
"Omdat het hier goed is voor ze."
"Zijn ze gevaarlijk?"
"Alleen als je ze aanraakt."
"En als je ze niet aanraakt?"
"Dan zijn ze gewoon... planten."
Ze kijkt ernaar. Lang. Op de manier die kinderen hebben van kijken naar dingen die ze nog niet hebben gecategoriseerd als goed of slecht.
"Ze zien er eigenlijk wel mooi uit," zegt ze.
Ze heeft gelijk. Dat is het irritante aan brandnetels. Ze hebben gelijk over zichzelf. Ze staan er al eeuwen. Ze zijn nuttig, taai, overal. Ze doen niks tenzij je ze aanraakt. En dan doen ze precies wat ze moeten doen.
Ik heb dat balletje trouwens nooit meer teruggevonden.