Als de koekoek moest solliciteren, viel hij af op de eerste regel van zijn cv.
Bouwt geen nest. Heeft er nooit een gebouwd. Is ook niet van plan eraan te beginnen. Waar andere vogels in april driftig met takjes en mos in de weer zijn — kleine architecten met een deadline — doet de koekoek niets. Hij kijkt ernaar. Hij heeft een mening, vermoedelijk, maar hij houdt ze voor zich.
Hij onderhoudt niets. Hij verzamelt niets. Hij spaart niet voor later. Hij legt zijn ei ergens neer waar iemand anders toch al bezig was, en dan vertrekt hij — zoals iemand die een paraplu leent en allebei weten dat die niet terugkomt. Geen planning, geen structuur, geen enkele afspraak over hoe-het-hoort waar hij zich aan houdt.
"Papa, wat doet die dan wel?"
Goede vraag. Ik dacht erover na, langer dan een vraag van een zevenjarige strikt genomen verdient.
"Roepen," zei ik uiteindelijk. "Hij roept."
En dat is waar. Dat is het enige wat op zijn cv staat. Twee noten, de hele dag, ergens hoog in een boom die niet van hem is. Geen koor, geen samenwerking, geen vergadering vooraf. Eén vogel, twee noten, en een onwankelbaar vertrouwen dat dat genoeg is.
Ik ken dat gevoel. Niet het talent — het vertrouwen.
Want hier is het ding dat me elke lente opnieuw verbaast. Het werkt. De koekoek doet alles wat een handleiding je zou afraden, slaat elke stap over die "essentieel" heet, en tóch — elk jaar, ergens rond half april, staat hij daar weer. Op tijd. Uitgerust. Alsof hij van iets terugkomt in plaats van ergens halverwege te zijn afgehaakt.
Ik heb lang gedacht dat er een juiste volgorde was. Eerst het nest, dan de rest. Eerst de structuur, dan het geluid. De koekoek heeft die volgorde nooit gelezen, het is hem nooit verteld, en hij is er nog — luider dan de helft van de vogels die het wél volgens het boekje deden.
"Vind jij dat lui?" vroeg ik mijn zoon.
Hij dacht na, op de manier waarop kinderen nadenken — volledig, en zonder zich te haasten.
"Nee," zei hij. "Ik vind het rustig."
We liepen verder. Achter ons, twee noten. En even later nog eens twee.
De koekoek zou nooit door de sollicitatie raken. Maar hij was er lang voor de sollicitatie bestond, en hij zal er nog zijn als wij allang gestopt zijn met solliciteren.